Faddegon in Dordrecht – 18e eeuw

De eerste generaties

De oudste gevonden voorouders van de Faddegon-familie kwamen uit Dordrecht, waar zij gedurende de gehele 18e eeuw drie generaties lang hebben gewoond. Hier woonden de families van


 

Pieter Fattegom en Margarita van Becx


Het oudst gevonden document waar de familienaam op voorkomt, is de inschrijving op 3 september 1719 van het huwelijk van Pieter Vattegon en Margarita van Beck. Margarita’s moeder, Petronella van Steenbergen is bij het huwelijk aanwezig. Haar vader, Johannes van Beck, is dan reeds overleden.
Pieter woonde in de Sarisgang, Margarita net om de hoek, in de Vriesestraat.
(Kopie Acte).

Op 25 mei 1720 sluiten Pieter en Margarita een testament op de langstlevende af, waarbij de weeskamer wordt uitgesloten. Ze krijgen twee kinderen, Johannes en Pieter, die op resp. 30 april 1721 en 11 december 1722 ten doop worden gehouden.

Over dit gezin wist ik tot voorkort verder nog erg weinig. Bij toeval vond ik op internet een transcriptie van een pagina uit het requestenboek van het gerecht in Dordrecht:

Op 31 juli 1727 doet het gerecht uitspraak over een verzoek dat Margarita daar eerder dat jaar indiende. Haar moeder is inmiddels overleden en heeft haar in het testament niets nagelaten, in tegenstelling tot haar twee jongere broers.
Zij verzoekt alsnog om het erfdeel, “ter Somme van Twee Hondert Twee entSeeventigh Guldens, dertien Stuijvers en Tien Penningen, mitsgrs een Silvere Beeker en twee Silvere Leepels” aan haar toe te wijzen.
Als reden voert zij aan, dat “haar man buijten kennis en weten van haar is weggelopen en haar verlaten heeft in Soo Sij nu komt te hooren, is gevaren naar Oost Indien Sonder aan haar affscheijt te neemen off Sonder dat Sij weet off hij nu Leevend off dood is, latende haar in een Slegten Staat Sitten, Sonder de kost voor hare kinderen die nog Seer Jong Sijn te konnen Winnen“.

Uit het archief van de VOC-opvarenden blijkt inderdaad, dat Pieter Vattegon uit Dort in dienst is geweest als timmerman. In deze functie is hij “verantwoordelijk voor de romp, de pompen en ander houtwerk”. Van 1715 tot 1719 was hij opvarende op de “Rijssel” met bestemming Batavia. Op 8 augustus 1719 monstert hij af, dat is enkele weken vóór zijn huwelijk.
Op 31 oktober 1724 treedt hij opnieuw in dienst, nu als “Opperscheepstimmerman” en vaart hij uit met het schip “Slot Aldegonde”. Op 1 augustus 1725 kwam het schip in Batavia aan. Verder wordt vermeld, dat Pieter in Azië uit VOC-dienst gaat op 18 februari 1730 omdat hij is overleden.
Van de betreffende pagina’s uit de scheepssoldijboeken van de “Rijssel” en “Slot Aldegonde” heb ik inmiddels een kopie. Die heb ik nog niet geheel kunnen ontcijferen. Wie helpt?
 

Schokkend nieuws dus over deze oudste voorvader, die zijn vrouw laat zitten met twee peuters. Ook het verdere leven van deze kinderen is waarschijnlijk niet makkelijk geweest. Op 11 februari 1732 overlijdt Margarita, 43 jaar oud. Haar kinderen zijn dan 10 (Johannes) en 9 jaar (Pieter).
Over de jonge Pieter heb ik niets meer gevonden, zijn broer Johannes huwt in 1745 in Dordrecht met Caatje de Groot.

 

Johannes Vattegom en Catharina de Groot

De vraag waar en door wie de weeskinderen van Pieter en Margareta zijn grootgebracht, is nog niet beantwoord. Groeiden zij op in een weeshuis, of kwamen ze bij pleegouders terecht?
 
De eerste gegevens van Johannes die tot nu toe zijn gevonden, zijn die uit de ondertrouwakte van de Nederduits Hervormde kerk van “Donderdagh den 3 junij 1745“:
Johannes Vaddegom, J.M. woond in de Kolfstraat, geassisteert met zijnen oom Jan Singels, met Caatje de Groot, J.D., woond op de Verekemarkt, beijde van Dordrecht, geassisteerd met haare grootmoeder Caatje Swart nu huijsvrouw van Jan van Rijnen, den 20 junij 1745 alhier getrouwt door dom. Rossijn.
 
Caatje de Groot was de dochter van Jacob de Groot en Jacoba Syngels en werd geboren op 12 november 1722 in Dordrecht. Haar ouders zijn op de datum van haar huwelijk reeds overleden: waarschijnlijk was zij, net als Johannes, al vroeg wees. De in de akte genoemde grootmoeder, Caatje Swart, is de moeder van haar vader. Interessant is, dat de “oom” die bij de bruidegom wordt vermeld, dezelfde achternaam heeft als de moeder van de bruid. Bovendien komt de naam Singels in de familie van onze Johannes nergens voor. Zou dit een fout in de akte zijn (en was het misschien haar oom), of zou er een pleegouder-relatie geweest zijn met een familie Singels?
 
Johannes (ook Jan en Johan genoemd) en Caatje (ook Kaetie en Catharina) krijgen acht of negen kinderen, ook die puzzel is nog niet helemaal rond. In de genealogie vind je alle tot nu toe gevonden gegevens. De begraafregisters vermelden alleen de naam van degene die betaalde voor de begrafenis. De naam van hun vader Johannes komt vijf keer in die registers voor. Vier van hun kinderen bereiken de volwassen leeftijd:

  • de oudste zoon Pieter uit 1746, dat is onze volgende stamouder in de lijn,
  • dochter Jacoba uit 1747. Zij overlijdt in 1771, ongehuwd,
  • dochter Margaritha uit 1753. In 1785 woont zij in de Boomstraat, als zij huwt met Barent Hendrik Brilman uit Naaldwijk. Ze overlijdt in 1809 op 55-jarige leeftijd in ‘s Gravendeel.
  • zoon Johannes uit 1757. Deze Johannes is de stamvader van de eerste “zijtak” van de familie. Hij wordt horlogemaker in Oudewater en krijgt kinderen en kleinkinderen. In 1905 overlijdt echter zijn laatste mannelijke nakomeling, zodat de naam Faddegon in deze tak van de familie is geëindigd.

Over het leven van Johannes en Caatje is mij verder nog niet veel bekend. Woonadressen zijn nog af te leiden uit gegevens uit het begraafboek van de Nieuwe Kerk:
– 1758, “het kind van Johannes Faddegon in de armenhuisstraat, beide ouders leven”
– 1759, “het kind dat door de moeder is geboren van Meester Johannes Faddegon in de Doelstraat. Beide ouders leven”.
 
Johannes overlijdt op 14 juli 1762, 41 jaar oud. Het begraafboek van de Nieuwe Kerk vermeldt: “begraven 15 juli 1762, Johannes Faddegon in de Doelstraat, laat kinderen na. Beste graf.”
 
Caatje blijft als weduwe met jonge kinderen achter. De jongste, die 6 jaar oud zou worden, is dan net geboren, de oudste (Pieter) is 16. Caatje overlijdt ruim 35 jaar na haar man, op 28 december 1797. Zij zou dus 75 geworden zijn, hoewel het begraafboek van de Grote Kerk anders meldt:
“Catharina de Groot, weduwe van Johannes Faddegom, oud 76 jaar, wonende in de Raamschestraat is op 30 december 1797 begraven met de lijkkoets en volk er agterop. Laat kinderen na.”
Dat van die koets klinkt nogal chique, maar elders staat dan weer de aantekening “pro deo”.
 
Wat we van de sociale status van deze familie moeten denken blijft vooralsnog een raadsel. Het adres “armenhuisstraat” klinkt niet best; “meester” Johannes Faddegon is wel weer chique, evenals dat “beste graf”.
 

 
Wordt vervolgd …
 

Reacties of aanvullingen? Klik hier.

Terug naar overzicht familie-geschiedenis.
Terug naar het hoofdmenu.