Barend Faddegon (1874-1955)

B.Faddegon

Barend (Bernard) Faddegon (1874-1955)
hoogleraar Sanskriet aan de Universiteit van Amsterdam.

werk in uitvoering                                              >> aan deze pagina wordt gewerkt <<
Vijzelstraat 1914
 

 
Barend Faddegon werd geboren op 9 juli 1874 in Amsterdam op het adres Vijzelstraat 20. Zijn vader had daar een klokkenzaak. Ook Maria Alida Faddegon, de zus van zijn vader, woont op dit adres.
 

Hoewel de familie niet uitgesproken christelijk was, werd de jonge Faddegon toch gedoopt en wel in de Westerkerk op 26 juli. Hij heeft dan een drie jaar oudere broer (Johan) en een twee jaar oudere zus (Maria Alida). Zijn zus overlijdt op in 1877 op 4-jarige leeftijd. Er volgen nog twee jongere broers (Henri en Gerard) en twee jongere zussen (Marie en Fie).

In de familie was het gebruikelijk, dat elk van de kinderen een muziekinstrument leerde spelen. Voor hem werd dat de altviool. Volgens een anekdote zou zijn muziekleraar hem hebben gezegd, dat hij verdienstelijk genoeg speelde om in een orkestje mee te doen, maar voor solist niet geschikt zou zijn. Daarop zou hij het instrument in de kist hebben gedaan en er nooit meer naar om hebben gekeken.

Barend wordt, wellicht om naamsverwarring met zijn vader te voorkomen, Bernard genoemd. Vader Barend wilde graag, dat zijn zoons net als hij horlogemaker werden. Bernard zat in de werkplaats echter liever gedichtjes te schrijven op het vloeiblad van de werkbank. Zijn loopbaan zou er dan ook heel anders gaan uitzien.

Na de driejarige HBS doorliep hij de Gemeentelijke Kweekschool aan de Nieuwe Prinsengracht, waarna hij in Zandvoort van 1893 tot 1895 onderwijzer was (commentaar, genoteerd uit de mond van zijn neef – mijn vader – Witte: “‘t Zal wel geen beste onderwijzer zijn geweest“). In deze periode is hij ook met een studie oude talen bezig, waarbij hij veel last zou hebben gehad van het lawaai van bouwwerkzaamheden bij hem voor de deur.
Op 8 februari 1895 wordt hem door de Gemeenteraad van Zandvoort eervol ontslag verleend en op 7 augustus slaagt hij voor het Staatsexamen tot toelating aan de Universiteit.

Als privaatdocent oude talen verdient Bernard vervolgens de kost, als hij Nederlandse letteren gaat studeren aan de Gemeente-universiteit van Amsterdam. In deze periode raakt hij bevriend met David Wijnkoop, die later een leidende positie in de arbeidersbeweging zou krijgen. In de biografie over Wijnkoop (door A.J.Koejemans) wordt deze vriendschap beschreven:
David Wijnkoop“Wijnkoop en Faddegon hadden elkaar ontmoet bij de colleges van professor Uhlenbeck, die op beiden grote indruk maakten. Een hechte vriendschap verbond hen aldra, al vormde de lange, verstrooide Faddegon met de kleine, steeds fel-attente Wijnkoop een wonderlijk span. Zij vulden elkaar blijkbaar ook op ander gebied aan: Wijnkoop werd Faddegons repetitor voor geschiedenis, terwijl Faddegon op zijn beurt Wijnkoop germanistiek repeteerde. Andere vrienden voegden zich bij hen (…). Tezamen vormden zij een bent, die een levendig aandeel nam in de sterk democratische beweging die toen onder de studenten in opkomst was en waarin socialistische zienswijzen zich al sterker op de voorgrond drongen.” Onderling werd ook fel gediscussieerd. “Aanvankelijk werd er nogal gedweept met Frederik van Eeden, van wie Faddegon vooral een bewonderaar was (…), juist weer omdat hier de daad zich paarde aan het woord.”

De studenten werden in deze periode tot het socialisme aangetrokken. David Wijnkoop maakte, evenals Faddegon,  gedurende enkele maanden deel uit van de redactie van “Propria Cures”: David van februari tot november 1900, Bernard van september 1900 tot maart 1901. David moest zijn redacteurschap opgeven na een wat al te kritisch stukje over de verloving van Koningin Wilhelmina.

In deze periode levert Bernard meerdere bijdragen aan Propria Cures, die een indruk geven van het studentenleven in die tijd, maar ook van de wijze waarop Bernard dit beleefde. Een selectie van zijn bijdragen volgt binnenkort op deze pagina.
Een overzicht ervan is toegevoegd aan de literatuurlijst, waarin zijn grote productie aan artikelen, boeken, ingezonden stukken en gedichten met betrekking tot de vele aspecten van zijn wetenschappelijke en literaire leven is opgenomen. Zie voor de meer dan 100 titels die tot nu toe gevonden zijn, de lijst onderaan deze pagina.
In deze periode woonde Bernard weer in het ouderlijk huis in de Vijzelstraat. Op 9 juli 1904 vertrok hij naar Londen, waarschijnlijk voor zijn studie, maar details hierover ontbreken nog. Op 5 september 1905 kwam hij weer terug in Amsterdam, nu op het Singel nummer 463, waarheen zijn ouders kort daarvoor waren verhuisd.

Voor zijn PhD ging Bernard naar de Universiteit van Leiden, waar hij op 9 juli 1906 promoveerde (cum laude) met het proefschrift “Çamkara’s Gitãbhãsya toegelicht en beoordeeld“; in te zien via deze link. Promotor was prof. Jacob Samuel Speyer.

Hij adverteert als leraar Latijn en Grieks voor het Staatsexamen en wordt bestuurslid van de “Vereeniging voor Wijsbegeerte”, waarvoor hij ook een cursus zal geven onder de titel “Hegel’s beschouwingen over Aristotelische Logica”.  Ook aan het in vanaf maart 1907 verschijnende “Tijdschrift voor Wijsbegeerte” zegt hij zijn medewerking toe.

Op 26 mei 1907 wordt dr.B.Faddegon aangesteld aan de Universiteit van Amsterdam als privaatdocent Indische Cultuurgeschiedenis. Zijn oratie, op 31 januari 1908 heeft als titel: “Het stelsel van Kapila”. In aansluiting op dit dienstverband, dat september 1908 eindigt, volgt een benoeming tot Lector Sanskrit.

Op 25 juni 1908 huwt Bernard te Amsterdam, bijna 34 jaar oud, met de 3 jaar oudere Emily Keene uit Oxford. Emily gaf Engelse lessen aan huis, onder andere bij de familie Faddegon. Een paar weken eerder lieten zij hun testamenten opmaken bij notaris B.H.Schultz. Emily woonde op de Marnixstraat 417, Bernard is dan ingeschreven op het adres Singel 463, waar zijn vader en zijn jongste broer een horlogemakers fourniturenhandel zijn begonnen. Na hun huwelijk betrekken zij een bovenhuis in de Nicolaas Maesstraat 12, ruim een jaar later wordt verhuisd naar nummer 56, aan de andere kant van de van Baerlestraat.
lessenVanaf 25 april 1916 staat het paar ingeschreven op de Kampweg in de gemeente Doorn.

Bernard en Emily
Emily en Bernard

 

 

 

spraakoefeningPublikaties van Bernard uit deze tijd handelen vooral over onderwerpen op het gebied van de fonetiek: “alterneerende medeklinkers in het Indogermaansch“, “Phonétique des dialectes Basques“, “het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch“. Hieruit blijken wel zijn omvangrijke taalbeheersing en grote taalgevoeligheid. Het verhaal gaat, dat Bernard in Amsterdam op straat aan de uitspraak van de klinkers kon horen uit welk deel van de stad de spreker afkomstig zou zijn. Ook voor hemzelf was de uitspraak van de klinkers aan de orde: hij wilde zijn Amsterdamse accent kwijt en daartoe ontwierp hij een aantal oefeningen. Deze zouden later ook voor training van het winkelpersoneel van de Bijenkorf worden gebruikt.
Ook in de psychologie en de wijsbegeerte verdiept hij zich. In de periode 1908-1909 werkt hij mee aan de vertaling van Immanuel Kant’s “Kritiek der zuivere rede“. In 1917 verzorgt hij een open cursus aan de dan net opgerichte Internationale School voor Wijsbegeerte (titel en inhoud daarvan zijn tot nu toe nog niet achterhaald).
In 1918 verschijnt de omvangrijke studie “The Vaiçeska-system, described with the help of the oldest texts“, die tot op heden nog steeds in veel publicaties geciteerd wordt.

In 1919 volgt benoeming tot buitengewoon hoogleraar Sanskrit en de vergelijkende Indo-Europese Grammatica. Op 6 oktober 1919 houdt hij zijn inaugurele rede met als titel: “Het sprookje van den verliefden grammaticus in verband met de vragen der taalwetenschap”.
In 1922 wordt Prof.dr.B.Faddegon lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Later volgt nog een benoeming tot Honory Member van de International Academy of Indian Culture te Lahore.

Begin jaren ’20 worden door de tekenaar/schilder Louis Jacques Goudman portretten geschilderd van Bernard en Emily. Het portret van Bernard is gedateerd 1924 en is in het bezit van de Universiteit van Amsterdam. Het werd in 1955 door mej.S.Pos aan de Universiteit geschonken.
Het portret van Emily met de harp is in bezit van de familie en dateert uit dezelfde periode. Volgens opgave van een schoonzus van de schilder moet er nog een portret van Emily zijn, waarop zij zonder instrument is afgebeeld.

Emily Keene          B.Faddegon
    Emily Keene – portret Goudman             prof.B.Faddegon 1924 – portret Goudman

Over het verblijf in Doorn (vanaf 1916) is nog weinig bekend. De afstand tot Amsterdam, waar Bernard toch af en toe aan een Universiteit zal moeten zijn, is kennelijk ook in de moeilijke laatste jaren van de oorlog niet bezwaarlijk. Maar in juli 1922 keren zij toch weer terug naar Amsterdam, eerst naar de Valeriusstraat 178 huis, een jaar later naar de Lomanstraat 60 huis.

Naast de nog steeds omvangrijke reeks publikaties op wetenschappelijk gebied verschijnen er van de hand van Bernard in “de Nieuwe Gids” naast artikelen nu ook gedichten. In het archief van het Literatuurmuseum te Den Haag is een map met handschriften aangetroffen van circa 60 gedichten. Deze worden nog nader geïnventariseerd; een overzicht zal t.z.t. op deze pagina worden gepubliceerd. Enkele van zijn verzen zijn opgedragen aan Willem Kloos, Lodewijk van Dijssel en Hein Boeken. Met de laatste is hij ook bevriend.

de TaalUit 1924 dateert het werkje: “de Taal – Een Academische Les en Sonnetten-Cyclus”. Exacte datum en plaats waar deze les zou hebben plaatsgevonden is nog niet achterhaald. Of de professor daar inderdaad alle zestien in het boekje opgenomen sonnetten heeft voorgedragen, blijft de vraag. Interessant is een commentaar van Menno ter Braak in Propria Cures van 18 augustus 1925, dat eindigt met: “De diepte der taal zal Prof. Faddegon zonder twijfel beter elders onthullen dan in het sonnet“. Voor wie daarover zelf wil oordelen: aanklikken van de afbeelding opent het boekje als pdf-bestand.
 

In 1926-27 verblijven Bernard en Emily in Cambrigde (USA), waar hij als “Visiting Lecturer” doceert aan de Harvard University.
 
B.Faddegon In juli 1927 is hij kennelijk weer in Nederland, want het Algemeen Handelsblad meldt dat de jaarwedde en pensioengrondslag van de buitengewoon hoogleeraar dr.B.Faddegon met ingang van 1 januari 1928 is vastgesteld op f.8000,-.

In september 1927 komen Bernard en Emily terug in hun oude wijk in Amsterdam, nu in een bovenhuis Emmastraat 24, waarschijnlijk zijn ze daar inwonend bij een weduwe. Maart 1929 verhuizen ze naar een benedenwoning in de Alex Boerstraat 7, om de hoek bij het Concertgebouw, om 5 jaar later weer een straat verder in de van Breestraat 10 te gaan wonen.

De stroom wetenschappelijke publicaties gaat onderverminderd door. Ondertussen neemt de aandacht voor de poëzie, met name in “De Nieuwe Gids” verder toe. In 1931 verzorgt hij een vertaling in Nederlandse verzen van de Gîta-Gôwinda. En een jaar later verschijnt zijn “Djajadêwa, een drama in twee deelen”. Volgens zeggen in de familie zou dit stuk autobiografisch van aard zijn. Ruim vijftien jaar later zou hij dit werk, geheel herzien, nogmaals uitgeven.
 
de VinkjesEen aantal van zijn gedichten wordt door Emily op muziek gezet. Van het gedicht “de Vinkjes” verschijnen een Nederlandse en een Engelse versie bij de uitgever van bladmuziek Broekmans en van Poppel, evenals de uit vier deeltjes bestaande “Lente-trioletten”. Uit de familie-geschiedenis is niet bekend of en waar deze composities destijds zijn uitgevoerd. Maar begin 21e eeuw werd door muziekminnende familieleden een tweetal uitvoeringen verzorgd, de eerste in Nieuw-Zeeland, de tweede in Delft.
 
Bernard blijkt zich zeer bewust van “het gevaar van de opkomende vervlakking en verruwing van het geestelijk en maatschappelijk leven“, hetgeen zich inmiddels ook in Nederland uit in fascisme en nationaalsocialisme. Hij is dan ook een van de ondertekenaars van de beginselen die door het Comité van Waakzaamheid van anti-nationaalsocialistische intellectuelen in november 1936 worden uitgedragen. De vrijheid van onderzoek en meningsuiting is in gevaar! Voorzitter van het comité is prof.dr.H.J.Pos.

In februari 1937 verzoekt Bernard de Curatoren van de Universiteit hem van het onderdeel “ATW” (Algemene Taalwetenschappen) in zijn leeropdracht te ontheffen.  Wat zijn achterliggende redenen hiervoor geweest kunnen zijn, is nog niet achterhaald: misschien vindt hij het tijd geworden zich enigszins te beperken. Er gaat meer dan een jaar overheen voordat hierover een besluit valt: pas in augustus 1938 wordt hij van het onderdeel ATW ontheven en wordt prof.Faddegon (her)benoemd tot Buitengewoon Hoogleraar “Sanskrit en de vergelijkende Indogermaansche taalwetenschap”.

In 1939 verhuizen Bernard en Emily naar Lunteren, Boschrand 3.

 
Graf EmilyEmily  Emily overlijdt, zoals blijkt uit een telegram van Bernard aan zijn broer in Frankrijk, zeer onverwachts, in het ziekenhuis in Arnhem op 12 februari 1940, op 69-jarige leeftijd. Emily wordt op 16 februari begraven in Amsterdam op de Oosterbegraafplaats.

 

 

 

 

Op 21 oktober 1941 trouwt Bernard met de 50-jarige Catharina (To) Pos, door de familie liefkozend “tante Pos” genoemd. To Pos staat dan al enige tijd ingeschreven op het adres Boschrand 3. Als beroep staat vermeld “huishoudster”. Waarschijnlijk zijn de contacten gelegd door Bernards’ collega Prof.dr.H.J.Pos, een neef van To.

zomer 1942 - met tante To
zomer 1942 – met tante To

 

Op 10 mei 1944 wordt professor Faddegon eervol ontslag verleend in verband met het bereiken van de 70-jarige leeftijd en op 18 september gaat hij met emeritaat.

Eind 1944 werden zijn neef Co Faddegon, zoon van zijn jongste broer, met vrouw Wil en twee kleine kinderen gedurende een aantal maanden bij hem in huis ondergebracht. Ten gevolge van de oorlogshandelingen waren zij uit Arnhem geëvacueerd. De dan 5 jaar oude Marijke herinnerde zich nog de moeilijke omgang met haar oud-oom en tante: zo zou de gasten nogal wat beperkingen zijn opgelegd  en was er een kelder vol gehamsterde levensmiddelen waar maar mondjesmaat uit mocht worden geput.B.Faddegon

In 1945 schilderde Johannes Jan Weiland Bernards portret, dat in 1981 door een achterneef aan de Universiteit van Amsterdam werd geschonken. Het maakte in 1989-1990 deel uit van de tentoonstelling “Toppers van Toen” in het Universiteitsmuseum De Agnietenkapel.
Het opschrift (in het Latijn) vermeldt:
op zijn 71e jaar, het jaar van het herstel van de vrijheid 1945“.

 

 
Oktober 1946 verhuizen Bernard en Catharina naar huis Dannenborgh in de Dorpsstraat 8 te Lunteren. Tot begin 2019 was dit nog steeds een woon-zorgcentrum.
 
Juli 1949 wordt verhuisd naar Velp (Ringallee 67), april 1950 wordt een appartement betrokken in Kasteel Rozendael.

1950- zilveren bruiloft Gerard Pos
1950 zilveren bruiloft Gerard Pos

 
Januari 1952 wordt opnieuw verhuisd; Rozendaalselaan 32 in Velp is het nieuwe -en laatste- adres.

 Bernards gehoor is al jaren slecht, en ook zijn gezichtsvermogen gaat steeds verder achteruit. In 1952 geeft hij desondanks nog een lezing voor het Humanistisch Verbond onder de titel: “Oud-Indische Mystiek”, dat in 1958 in druk zal verschijnen.

Op 28 juni 1955 overlijdt Bernard. Hij zal “in stilte” worden gecremeerd. Bernard wilde geen groots afscheid of in memoria. Toch zal een van zijn studenten, H.E. Buiskool, een In Memoriam plaatsen in Folia Civitas.
Enkele maanden later, op 16 september, komt zijn echtgenote To door een aanrijding met een auto om het leven.

In 1965 publiceert de schrijfster Henriëtte Mooy een boekje met de titel “Gisteren leeft”, waarin zij herinneringen optekent aan ontmoetingen met haar tijdgenoten, waaronder ook Faddegon, Boeken en van Deyssel. Het artikel over Bernard vind je met deze link.
 

Het overzicht van publicaties, zoals die tot op heden zijn geïnventariseerd vind je
met deze link. Aanvullingen zijn welkom.
Een gedeelte van genoemde publicaties bevindt zich ook in het familie-archief.

 

 

 

Reacties of aanvullingen? Klik hier.

 

Terug naar overzicht biografieën.
Terug naar het hoofdmenu.